ENGLISH VERSION (BACK)

 

Eric de Nie - LINEA RECTA

Vor ein Bild hat Jeder sich hinzustellen, wie vor einen Fürsten, abwartend, ob und was es zu ihm sprechen werde… Arthur Schopenhauer

Het werk van Eric de Nie beweegt zich op de grens van tegenstellingen. Horizontaal en verticaal. Abstractie en figuratie. Formeel en informeel. Ondergrond en verf. Deze schijnbare tegenstellingen, paradoxen, gedragen zich als de ketting en inslag van het weven en worden verwerkt tot een hecht geheel. Zijn schilderijen doen denken aan landschappen; de horizontale kustlijn, de verticale geleding van bomen of juist artificiële zaken als architectuur; plattegronden en torens. Het zijn universele structuren die de onderlegger vormen van al het zichtbare om ons heen: uitsneden en verdichtingen van de werkelijkheid. Ondanks in het oog springende overeenkomsten hebben de schilderijen van De Nie verschillende sferen. Het palet varieert van contrastrijk zwart-wit tot romig ‘sfumato’ à la Monet en van zuidelijke olijftinten tot heldere Mondriaan-kleuren.

Lopende lijnen

De lijnen in het werk van Eric de Nie trekken zichzelf. Het is de zwaartekracht die de verf naar beneden voert. Het zijn rasterwerken van haaks op elkaar staande lijnen die zich langzamerhand verdichten. Dit proces wordt bepaald door de kunstenaar die de positie van het doek verandert. Hij beslist op welk moment welke zijde onder of boven is en vanuit welke richting de zwaartekracht zijn werk mag doen. Hij oriënteert zogezegd het doek en dirigeert daarmee de richting van de bewegende lijnen. Hoe het uitvalt, blijft voor een deel toeval. Waar en hoe stokt de beweging exact? De werkwijze van De Nie komt voort uit de behoefte om structuur aan te brengen en het materiaal tegelijkertijd zijn eigen gang te laten gaan. De stelling van Schopenhauer, dat je kunst als een vorst tegemoet moet treden en moet wachten tot het kunstwerk het woord neemt, heeft te maken met een zekere terughoudendheid die moet worden betracht. Dit geldt voor de beschouwer. Hier is het echter ook van toepassing op de manier waarop De Nie’s schilderijen tot stand komen. De kunstenaar heeft greep op het proces maar hij laat zich er eveneens door verrassen.

Linea recta maar niet rechtstreeks

Verdunde acrylverf wordt met een spuitfles aan de randen van het doek gedoseerd. Linea recta maar niet rechtstreeks. Een kwast komt er lang niet altijd aan te pas. Het maken van een schilderij is een organisch groeiproces. In die zin is de vergelijking met etsen op zijn plaats. Ook daar krijgt de tijd - door het uitbijten van het zuur - zijn beslag in het beeld. De tijd heeft invloed op de lengte, de dikte en de intensiteit van de kleurige lijnen van De Nie, op zijn schriftuur.

Raamwerk

Het raster is voor De Nie de uitgelezen vorm om de ruimte te benaderen.

Het is een goed kader om mijn observaties in te formuleren. Het is een stramien waarop ik enerzijds de fysieke kwaliteiten van het oppervlak kan exploreren en waarin ik anderzijds kan verwijlen als het ware zwervend door illusionaire ruimten binnen en buiten het schilderij.

Zo formuleert hij het zelf. De lijnen verbeelden de ruimte en de tijd, afgezet op een x- en een y- as. De ruimte wordt bepaald door begrenzingen, ontelbare horizonnen van het raamwerk; talloze kleine kaders in dat grote kader wat het schilderij is. ‘Ramificato’ zeggen ze in het Italiaans: vertakt. In het grootste venster, het doek zelf, wordt de ruimte steeds verder opgedeeld, vertakt het zich in steeds kleinere eenheden. ‘Vertakken’ heeft ook een organische connotatie. Het is een groeiproces dat zich als vanzelf vormt.

Eerst krijgt het doek een grondtoon. Daarop krijgt een ritme van verflijnen min of meer de vrije loop. Druipende verflijnen - soms ook met penseel of krijt getrokken - vormen langzamerhand een veelgelaagd beeld. De relatie van de lijn tot de ondergrond wordt mede bepaald door de zuigende werking van de ondergrond. Het materiaal speelt daarbij een rol maar ook of die ondergrond nog nat is. Soms glijdt een lijn naar beneden, blijft halverwege hangen, verbreedt zich en zakt vervolgens langzamer en geleidelijk smaller wordend, verder. De drager van het schilderij, linnen of canvas, beēnvloedt eveneens het resultaat. In aquarellen wordt het karakter van de druipende lijn in zijn loop in hoge mate bepaald door de structuur van het papier. In de tekening op p. 2 tekent de structuur van de ondergrond zich letterlijk af in de lijnen, wordt erin zichtbaar.

In zijn werken krijgt Eric de Nie greep op ruimte en tijd en brengt hij visuele indrukken in kaart. Tegelijkertijd creëert hij een bijzonder sterke sfeer. Palet en lijnenspel houden je gevangen in deze schilderijen waar je helemaal in op kunt gaan.

Lijn in het werk

Elk nieuw doek verhoudt zich tot eerder en toekomstig werk. Er is sprake van een permanente dialoog. Schilderijen, aqua-rellen en tekeningen van verschillende perioden borduren op elkaar voort en reageren op elkaar. In feite zijn de fascinaties van De Nie door de jaren heen niet veranderd. Nieuwe mogelijkheden en nieuwe problemen komen steeds voort uit het werk zelf. Elk doek is tegelijkertijd fase en doel ineen. Het werk breidt zich steeds verder uit. Door het gedrag van het materiaal nauwkeurig te observeren, doorgrondt De Nie het door hem gekozen proces hoe langer hoe meer. Het samenspel van de kunstenaar en de materie wordt zo geïntensiveerd en ze raken steeds meer op elkaar ingespeeld.

Muziek en chromatiek

De ritmiek van het werk wordt benadrukt door de muziek. In de performance “Ostinato” in de Beurs van Berlage (2000) werd het experimenteel klassieke “Canto Ostinato” van Simeon ten Holt uitgevoerd door vier pianisten. Tegelijkertijd schilderde Eric de Nie live zijn werk “Ostinato”. Het lijkt wel of De Nie dirigeert met verftubes en met föhnen. Met die föhnen droogt hij tussentijds de verf. Zo wordt de wachttijd bekort en blijft hij in het ritme zonder dat de kleuren te veel vervloeien.

“Canto Ostinato” past wonderwel bij het werk van Eric de Nie. De chromatiek en de ritmiek sluiten erg mooi op elkaar aan. Het stramien van de componist laat veel ruimte voor de uitvoering door de muzikanten. Dit is enigszins vergelijkbaar met de improvisatie in de jazzmuziek, waar De Nie eveneens graag naar luistert. In beide gevallen gaat het om muziek die plaats biedt aan het moment, aan de intuïtie en de terloopse samenspraak van instrumenten. Ook zijn schilderkunst biedt, juist vanuit het kader, plaats aan het onverwachte dat zich daar tegen aftekent. De horizontale muzieklijnen worden verdeeld in de verticale maten van het ritme.

Pars pro toto

In Theater Zeebelt in Den Haag voerde Eric de Nie een vergelijkbare performance uit (2001). “De schepping”: een schilders-practicum als onderdeel van een reeks voorstellingen waarbij het publiek getuige was van het scheppen van een kunstwerk. “De schepping” werd georganiseerd door Kees Wieringa. Het brein van de kunstenaar werd tijdens het maakproces van het schilderij voor het publiek in beeld gebracht door de zaal in een bepaalde kleur te zetten. Aarzeling werd rood; actie groen en contemplatie blauw. Aan het slot van de avond werd het schilderij in 56 stukken verdeeld en kreeg iedereen een deel mee naar huis. Letterlijk een ‘pars pro toto’, een deel van het geheel; een klein kadertje van dat oneindig vertakte kader dat een schilderij is.

Renée Borgonjen

top
back